Controle
Wat ben ik toch druk bezig
Ik zet alles naar mijn hand
Ik kan er niets aan doen
Zeg, ga eens aan de kant
Ik wil graag controle
Wat een fijn gevoel is dat
Dan weet ik wat er gaat komen
En zet ik jou schaakmat.
Wil jij eens de controle
Dat vind ik niet zo fijn
Ik kom dan narrig over
Dan krijg je mij niet klein
Ik zal dan alles doen
Dat kost mij echt wel energie
Om de controle te behouden
Ik wil zo graag regie.
Maar het is ook zo vermoeiend
Soms weet ik het niet meer
Anders hierop acteren
Dat doet verrekte zeer
Ik heb je hulp dan nodig
Ik laat het zelf niet los
En wil het eigenlijk niet horen
En ben dan weer de klos.
Het is een danse macabre
Ik kan het echt niet leren
God wilt u mij redding bieden
En mijn controle controleren.
Hoeveel pijn het mij ook doet
Dit geeft mijn leven echt geen kleur
Ik geef mij aan U over
Heer, u bent mijn regisseur.
Controle
Wij mensen hebben de neiging alles onder controle te willen houden, soms ook tegen beter weten in. Vanuit angst, bijvoorbeeld voor afwijzing of voor het oordeel van anderen, lijkt het vaak aantrekkelijk om je anders voor te doen, om kwetsbaarheden te verstoppen of om weg te duiken. Maar krijg je daardoor nou echt de regie over de omstandigheden terug? Lost het daadwerkelijk iets op?
Er zijn verschillende manieren om fouten, gevoeligheden en kwetsbaarheden te verbergen, in de hoop de aandacht van jezelf af te leiden. Dat is bijna altijd zo geweest. In de Bijbel vinden we hier ook veel voorbeelden van.
Huichelachtigheid
In de eerste christelijke kerk verkochten diverse draagkrachtige gelovigen hun bezit en gaven de opbrengst aan de apostelen, zodat zij de minderbedeelden konden helpen. Ananias en zijn vrouw Saffira wilden ook hun steentje bijdragen. Ze verkochten een eigendom, brachten een deel van het geld naar de apostelen en deden alsof ze de hele opbrengst weggaven, terwijl dat niet zo was. Toen ze daar vervolgens vragen over kregen, liepen ze glashard tegen de waarheid in, ook al waren ze niet verplicht al het geld weg te geven. Voor hen woog de schone schijn zwaarder (Handelingen 5:1‑11).
Ontkenning
Gechazi was dienaar van de profeet Elisa. Hij was getuige van Naäman uit Syrië, die een ernstige huidziekte had en naar de profeet ging op zoek naar genezing. Nadat Naäman genezen was, wilde hij de profeet met geschenken bedanken, maar Elisa weigerde dat. Gedreven door hebzucht ging Gechazi Naäman, die al onderweg naar huis was, achterna. Met een leugen zorgde Gechazi ervoor dat hij de beloning voor zichzelf binnenhaalde. Toen Elisa hem vroeg waar hij geweest was, loog Gechazi opnieuw: “Ik? Nergens.” De profeet wist wel beter en confronteerde de jongeman met zijn onbetrouwbare verhaal (2 Koningen 5:20‑27).
Verantwoordelijkheid ontwijken
Toen Kaïn en Abel in het veld stonden en beiden een offer aan God brachten, frustreerde het Kaïn dat God geen aandacht aan zijn offer schonk, maar wel aan dat van Abel. Kaïn verloor de controle, sloeg Abel dood en, toen God hem vroeg waar zijn broer was, antwoordde Kaïn: “Moet ik waken over mijn broer?” (Genesis 4:1‑9).
Vluchtgedrag
Jacob nam Esau flink te grazen. Toen hun vader Isaac op het punt stond zijn oudste zoon Ezau de zegen te geven, verkreeg Jacob die zegen met een leugen, misbruik makend van de blindheid van zijn vader. Natuurlijk was zijn broer woedend toen hij erachter kwam wat er gebeurd was. Jacob vluchtte naar zijn oom in het buitenland, waar hij een nieuw bestaan opbouwde. Het probleem leek opgelost, totdat de dag aanbrak dat hij naar zijn vaderland moest terugkeren. Toen was Jacob niet meer zo zeker van zijn zaak. (Genesis 27:1‑45)
De schuld op een ander afschuiven
Zowel Adam als Eva aten van de verboden vrucht. God sprak hen daarop aan. Beiden probeerden zichzelf schoon te praten door de schuld van hun misstap aan een ander toe te schrijven, alsof dat de situatie zou veranderen. Adam begon: “De vrouw die U mij gegeven hebt om mij terzijde te staan, gaf mij de vrucht van de boom, en ik heb ervan gegeten.” Eva reageerde: “De slang heeft mij misleid, en ik heb ervan gegeten” (Genesis 3:1‑12).
Machtsvertoon
Saul, de eerste koning van Israël, volgde gaandeweg steeds meer zijn eigen weg. In uiterlijke zin hield hij zich nog wel aan religieuze vormen, maar hij gaf die rituelen telkens een eigen, persoonlijke invulling. Hij streefde er vaker naar het volk te behagen dan God te gehoorzamen (1 Samuel 15:26). Deze houding kon niet eeuwig standhouden, en dat bleek al snel. Het vooruitzicht dat zijn koningschap ten einde zou komen, drong hem tot wanhoop, waardoor hij vatbaarder werd voor negatieve invloeden. God had inmiddels al een opvolger uitgekozen: David. Zodra Saul dit besefte, begon hij alles te ondernemen om David uit de weg te ruimen, waaronder het inzetten van zijn leger (1 Samuel 17:8).
Het is ook mogelijk om naar binnen te keren, door in je schulp te kruipen of onderdanig gedrag te vertonen. Maar ook dat lost uiteindelijk weinig op.
En laten we realistisch zijn: het kan je overkomen dat je ongevraagd wordt overvallen door ingrijpende levenssituaties, dat je getroffen wordt door keuzes of gedragingen van anderen, of dat je jezelf dingen aandoet waar je vroeg of laat spijt van krijgt. Hoe ga je daar dan mee om? Voor God werkt onze hang naar controle niet. Hij kent ons volkomen en weet hoe wij in elkaar zitten. Hoewel dat voor sommigen beangstigend aanvoelt, is het niet negatief, maar juist positief. Naar God toe is het dus niet nodig om ons anders voor te doen. God benadeelt ons daar niet mee, maar wil naast ons staan om ons de goede weg te wijzen.